Plasperikelen

Wie mij een beetje kent, weet dat ik niet alleen een ontzettende koukleum ben, maar ook een enorme zeikerd. Dan bedoel ik niet in de betekenis die van Dale geeft (al zullen sommige mensen daar misschien anders over denken), maar in de letterlijke betekenis. Ik moet namelijk heel vaak plassen. Wat niet erg zou zijn, hoogstens een beetje onhandig, als ik altijd een wc in de buurt zou hebben. Het probleem is echter dat ik vooral moet op momenten dat het eigenlijk niet kan.

In de auto, tijdens een wandeling, in een sprinter. In Marokko gingen we met de bus van Rabat naar Chefchaouen. De reis duurde zo’n zes uur (zonder pauze) en ik moest na vijf minuten al naar de wc. (En ja, ik was van tevoren nog geweest!) Als ik ergens aan het kamperen ben, moet ik ook gemiddeld tien minuten nadat ik helemaal ingepakt in mijn tent en slaapzak lig. Ook op festivals natuurlijk, waar je soms eerst nog een paar minuten moet lopen voor je bij een wc-gebouw bent. Er zijn natuurlijk nog veel meer voorbeelden, maar wat het belangrijkste is: als ik niet kan, moet ik juist. Misschien zit het tussen mijn oren, maar daar komt het in ieder geval niet uit.

Maar nu ben ik natuurlijk wel een beetje aan het van Dale-zeiken. Laat ik de positieve kanten benadrukken: je maakt nog eens iets mee. Ik heb al op de vreemdste momenten en plaatsen geplast, zoals:

  • bovenop een
    vulkaan van ruim 4 km hoog

    Img_4438
  • naast een
    Maya-altaar bovenop een andere vulkaan

    P2120071
  • in de Sahara
    achter een duintje, waar ik plotseling geluid van een aantal quads
    hoorde en er toen achter kwam dat er nog maar één duintje tussen mij en
    de quads in zat

    00659
  • natuurlijk in
    de meest smerige Dixi-hokjes op festivals

    00188
  • de meest
    gefotografeerde wc van de wereld (als dat erbij gezegd wordt, maak
    je natuurlijk ook een foto en voor je het weet is het ook écht de
    meest gefotografeerde wc ter wereld)

    Wcguate

Je zult wel begrijpen: als ik ergens voor het eerst kom, spot ik altijd direct de kortste route naar de wc.

In de trein is het meestal niet erg fijn. Hier zijn meestal niet de schoonste en meest fris ruikende wc’s te vinden, en als je een paar tassen bij je hebt, kun je die ook nooit zo goed kwijt. Daarom betaal ik ook regelmatig 50 cent om op het station naar de wc te gaan. Normaal gesproken zijn dit saaie en klinische wc’s en soms zijn ze zelfs nog smerig ook, ondanks de 50 cent die je betaalt. Maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Onlangs was ik in Nijmegen. Ik moest vanaf het station nog 15 minuten lopen en dat zou ik natuurlijk niet volhouden. Dus volgde ik het bordje naar de wc. Ergens in een hoekje weggestopt was een deur en ik ging naar binnen. Ik stapte binnen in de geweldigste stations-wc die ik ooit gezien heb. Een man en een vrouw zaten direct achter het hekje bij de ingang. De vrouw zat lekker te breien (met wol en breinaalden ja) en de man was een kruiswoordpuzzel aan het maken. Binnengekomen zag ik dat er allerlei prullaria stonden. Beeldjes, nepboeketjes, schilderijtjes, lampjes. Echte handdoekjes bij de wastafel. Muziekje erbij. Geweldig, of je bij ze in de huiskamer was gekomen. Dit was de eerste keer dat ik het mijn 50 cent waard vond.

Kortom: wacht niet altijd met naar de wc gaan tot je thuis bent, probeer het ook eens ergens anders. Af en toe moet je wat smerigheden doorstaan, maar spannende plasplekjes verrijken je leven!

De keuzes die je maakt

Het leven bestaat voor een groot deel uit het maken van keuzes. Iedere dag weer moet je constant kiezen (Ga ik mijn bed uit of niet? Welke kleren doe ik aan? Wat zal ik op mijn weblog schrijven?). Jammer dus dat ik daar niet zo goed in ben. Het nemen van beslissingen en besluitvaardigheid zijn ook niet mijn sterkste punten. Of het nou gaat om simpele (maar toch wel belangrijke) zaken als ‘zal ik mijn haar nou weer eens laten groeien, of toch nog korter laten knippen’ of om levensgrote vraagstukken als studie, werk en het avondeten, meestal gaat het bij mij niet van een leien dakje. Het kan bijvoorbeeld gebeuren dat ik een leuk jurkje/tasje/paar schoenen/vulmaarin zie en twijfel of het leuk genoeg is om mijn geld aan uit te geven. Dan loop ik er een paar keer langs, blijf er een tijdje bij staan kijken en denk heel hard na hoe het eruit zou zien als ik het zou dragen. Daarna loop ik er nog een paar keer langs en vervolgens ga ik weer naar huis. Nog op weg naar huis denk ik al dat ik het misschien toch even had moeten passen. En dat het toch eigenlijk wel heel leuk was. Voor ik thuis ben heb ik bijna al besloten om het toch maar te gaan kopen. Maar nog niet helemaal, want de twijfel blijft nog steeds. Tot ik na een week toch maar weer terug ga naar de winkel, in de veronderstelling dat ik het toch maar ga kopen, en al bedacht heb wanneer ik het ga dragen, en in de winkel tot de conclusie kom dat het er niet meer is. Jammer. Of het is er nog wel, maar is in mijn hoofd wat mooier geworden dan het eigenlijk was. Dus ga ik toch maar weer naar huis.

Wat ga ik eten? Thuis al erg, in een restaurant helemaal. Soms is de bestelling al opgenomen en vraag ik of ik het nog mag veranderen. En twijfel ik daar achteraf toch weer over. Mijn tafelgenoten lijken dan meestal een betere keuze te hebben gemaakt.

Studies; daar heb ik er al meerdere van gedaan. Onderwerpen voor papers en essays; die kwamen meestal ongeveer de dag voor ik het essay moest inleveren. Spreekbeurten, vroeger op school; ook altijd zo’n gedoe.

Wat ga ik met oud en nieuw doen, ook zo’n leuke. Op de dag zelf weet ik vaak nog steeds niet waar ik ’s avonds te vinden zal zijn.

Zal ik naar Werchter gaan? Zal ik naar Lowlands gaan? Oh nee, dat kan niet meer, want dat is tegenwoordig alleen voor mensen die al driekwart jaar van tevoren kunnen besluiten dat ze daar naartoe gaan en dan gelijk een kaartje kopen.

En zo kan ik nog wel even doorgaan.

Bovenstaande voorbeelden (waar ik ook niet uit kon kiezen en dus allemaal maar noemde) geven wel aan hoeveel moeite ik heb met het doorhakken van knoopjes en knopen.

Deze week heb ik mezelf echter verbaasd! In één avond, een kwestie van twee á drie uur tijd, heb ik over een vakantie gedacht, gesproken en besloten. En als klap op de vuurpijl heb ik de vakantie op diezelfde avond ook al geboekt! Ga ik op vakantie? Waar ga ik naartoe? Wanneer ga ik? Hoe ga ik? Met wie? Al die vragen, al die keuzes, in één klap beantwoord. Dat voelt raar. Maar toch ook wel weer goed. Dat moet ik vaker doen. Misschien…

 

Keulse survival

Vorige week kwam EMA optreden in Keulen. Ik kende deze band eigenlijk niet, maar na een nummer geluisterd te hebben leek het me leuk genoeg om mee te gaan. Dus togen we afgelopen zaterdag op weg naar deze prachtige Duitse stad. Van tevoren werd ik natuurlijk aangeraden om de dom te beklimmen. Nadat ik ooit de dom van Utrecht heb bedwongen – waarna ik nog een half uur last van trillende benen had – zou de Keulse dom (nog een stukkie hoger) natuurlijk een mooie aanvulling op mijn domprestaties zijn. Verdere attracties in deze mooie stad zouden o.a. een chocolademuseum en een mosterdmuseum zijn. Tot slot kreeg ik van mijn broertje nog een mooie oude luchtfoto van Keulen aangereikt, waarmee ik me alvast kon verheugen op de Keulse vergezichten.

Uiteindelijk is er van al deze toeristische activiteiten niets terechtgekomen. Want het was mooi weer. Ja, het was mooi weer! Eindelijk, eind september en de zon brak door! Dan ga je natuurlijk niet naar een museum (binnen) of een dom (ook binnen en hoog), maar geniet je van het mooie weer. Dus genoten we in het Hiroshima-Nagasakipark van de stralende zon, onder het genot van een hapje en een drankje. Vervolgens besloten we fietsen te huren. Doordat we een verkeerde tram uitkozen (die niet naar de fietsenverhuur ging) hebben we ook nog een stuk van de stad te voet gezien. En daarna natuurlijk alles fietsend.

’s Avonds dronken we eerst wat Kölsches en aten we heel gezond, want “aardappel is ook groente.” Na dit genot bewogen we ons richting Gebäude 9 voor het optreden waar het allemaal om begonnen was. De juiste richting was nogal moeilijk te bepalen, dus hebben we veel van de stad gezien wat we normaal gesproken nooit zouden zien. Wat wil je, als je een rivier over moet en de keuze hebt uit tientallen bruggen. Het belangrijkste is dat we uiteindelijk nog ruim op tijd aankwamen.

Het optreden was leuk en onderweg naar buiten liepen we nog bijna de zangeres omver (helaas geen foto van onze ontmoeting). Toen moesten we proberen om weer naar de andere kant van de rivier te komen. Gelukkig bleek er heel dichtbij een brug te zijn waar je ook met de fiets op kunt (op de heenweg konden we geen fietseningang vinden en hebben we een brug te ver genomen). Helaas had deze brug meerdere mogelijkheden om er vanaf te komen. Zo ook één op het midden van de brug. Toen we beneden kwamen, bleek dat we nog maar ergens halverwege de rivier waren en op een soort van eilandje in de rivier terechtgekomen waren (tenminste, dat denk ik, ik snap nog steeds niet zo goed hoe het zat). Zo kwamen we er wel achter dat er onder de brug talloze feestjes te vieren zijn, van metal tot electro tot chique tent tot koerdische dansmannen. Gelukkig lukte het ons ook dit keer weer om de weg terug te vinden en uiteindelijk weer ergens aan de goede kant van de stad terecht te komen. Wat zijn we toch goed!

Ook zondag en maandag genoten we weer van de straling in het Hiroshima-Nagasakipark. Onze laatste activiteit was een fietstochtje langs de Rijn. De rivier leidde ons langs industriestadjes, volkstuintjes en restaurantboten. Daarna was het feest afgelopen en moesten we weer richting Nederland. Wat de gemiddelde toerist van Keulen ziet, hebben wij uiteindelijk níet gezien. Maar wij hebben veel spannendere delen van Keulen gezien.

 

 

De kunst van het vliegeren

Vliegeren is niet makkelijk. Vliegeren is een kunst. Daar kwam ik een paar weken geleden achter toen ik voor het eerst de touwtjes van een vlieger in handen had. Nou ja, voor het eerst. Vroeger hadden we er thuis ook één. Die vlieger was blauw plastic promotiemateriaal van een niet nader te noemen koninklijke luchtvaartmaatschappij. Met één touwtje. Maar daar weet ik eigenlijk niets meer van, alleen dat we die hadden. Of die ooit in de lucht is gegaan zou ik niet weten.

Mijn jongste ervaring was echter met een vlieger met twee touwtjes. En dat had ik écht nog nooit gedaan. Dat is dus anders. En moeilijker.

Het leek zo makkelijk. Er was veel wind en genoeg ruimte op het strand. Wat heb je nog meer nodig? Vriend J. begon de vliegersessie. Zodra de vlieger in de lucht was, wist hij hem hoog te houden. En er ook nog wat bewegingen mee te maken; rondjes enzo. Het zag er simpel uit, dus wilde ik het ook wel proberen. Maar bij mij lukte het niet. Zodra de vlieger in de lucht was, wilde hij weer naar de grond. Nog een keer proberen dan maar. Weer hetzelfde liedje. Soms hield ik hem vijf seconden in de lucht, maar woesj*, zo ging ie weer naar beneden.

Het lag vast aan de wind. Toen J. vliegerde stond er nog veel wind. Bij mij was die net een beetje gaan liggen. Maar daar kwam vriendin S. Zij had al ervaring met vliegeren en hoppa, zodra de vlieger in de lucht was bleef die ook in de lucht. Dan was de wind zeker net weer komen opzetten. Na een tijdje probeerde ik het ook nog eens. Nadat ik het nog een keer of twee geprobeerd had, gaf ik het op. Vliegeren is een kunst. En die kunst is niet voor mij weggelegd.

* dat is het geluid van een naar beneden vliegende vlieger

Thuis!

Na tien dagen met Derk en Lennert vakantie gevierd te hebben, ben ik weer veilig in Nederland aangekomen. Wat we in die tijd allemaal gedaan hebben is o.a. rondhobbelen op een dromedaris, zandduinen beklimmen, in een tentje slapen en theedrinken in de woestijn; heel veel in de bus gezeten van de ene plaats naar de andere; een superhotel gevonden met een legendarische eigenaar, pofadders bekeken op het plein, kommetjes gekocht, wachten op Lennert die winkels in gelokt werd, kipsnacks gegeten in Marrakech; en tenslotte naar huis gevlogen. Dit is natuurlijk heel kort samengevat. Voor de laatste foto’s kun je terecht op: http://www.flickr.com/photos/sonic-nurse.

Bslama!!!

Kerst in de woestenij

Op het moment van schrijven, zitten de meesten van jullie waarschijnlijk aan een heerlijke kerstmaaltijd. Ik zit daarentegen in een stoffig woestijnstadje. Samen met Derk en Lennert word ik morgen opgehaald met een 4×4-wagen om verder de woestijn in te gaan. Daar gaan we met een kameel verder en slapen we twee nachtjes in de woestijn. Ben benieuwd hoe dat gaat worden.

Het was erg leuk om Derk en Lennert zaterdag weer eens te zien. Ze kwamen ’s avonds laat aan en konden gelijk aanschuiven, de soep stond al klaar. Mijn gastfamilie vond het ook leuk om mijn broers eens gezien te hebben. Zondag heb ik ze een beetje door de stad heen geleid maar na de lunch kwam toch het afscheid daar. Het was erg jammer om afscheid te nemen van de familie, ik heb het echt heel erg naar mijn zin gehad daar en het zijn supermensen. Er werd dan ook wel een traantje gelaten.

Met de gebroeders ben ik toen naar Meknes gegaan. Dit stadje is leuk maar na twee dagen is het daar wel genoeg. Een paar kilometer verderop is Volubilis, een oude Romeinse nederzetting waar nog veel stenen overeind staan en mozaiekjes te zien zijn. Het was erg interessant en ook de weg ernaartoe was een mooie wandeling. Gelukkig is het ook sinds zaterdag weer mooi weer, dus dat hebben die broers van mij mooi uitgekiend.

Na ongeveer 21 uur achter elkaar gereisd te hebben, eerst in een comfortabele en daarna in een gammele bus, zijn we gisteravond aangekomen in Zagora. Vandaag hebben we hier een beetje rondgewandeld, het is hier al behoorlijk woestijnig. En morgen dus echt de woestijn in.

Alsnog, al ben ik een beetje laat, wens ik jullie fijne kerstdagen (ze zijn tenslotte nog niet voorbij) en sommigen van jullie zal ik zeer snel weer zien!

Bslama

Het is zover…

Ja hoor, het is zover. Met nog twee dagen te gaan, is het ze eindelijk gelukt; ik zit met hoofddoek op te typen. Gelukkig gaat hij er vanmiddag weer af. De reden dat ik een doek op mijn hoofd heb, heeft namelijk niks met religie oid te maken. De reden is henna in mijn haar, en dan vooral het voorkomen van henna op andere plaatsen dan mijn haar. Vandaag heb ik een ‘echte’ Marokkaanse dag (hoe antropologisch als ik mijn dag pas echt Marokkaans noem op het moment dat ik cliché-Marokkaanse dingen doe). Vanochtend begonnen met henna in mijn haar en vervolgens een hoofddoek op. Daarna heb ik couscous gemaakt. Nou ja, ik heb de groenten gesneden en die vormen toch een groot deel van de maaltijd. Daarna heb ik toegekeken hoe mijn gastmoeder de rest van de couscous maakte.

Voor de rest van de dag staan nog het eten van de couscous op het programma (erg belangrijk), daarna mijn laatste hammam-bezoek en daarna krijg ik nog mooie henna-versiersels op mijn handen. Deze ‘echte-Marokkaanse-dag’ ga ik vanavond afbreken door te gaan stappen (joehoe, de 2e keer in bijna 3 maanden!), want dat is niet echt een gewoonte voor de gemiddelde Marokkaanse vrouw.

Ja nu is het aftellen echt begonnen. Morgenavond komen Derk en Lennert hierheen en zondag vertrekken we samen uit Rabat. Dan is mijn Arabische-taal-leer-avontuur en in-Marokkaanse-familie-ondergedompeld-worden-avontuur (je ziet, vandaag houd ik van streepjes-woorden) afgelopen. Met Derk en Lennert ga ik nog een reisje door Marokko doen van ongeveer 10 dagen en daarna ga ik weer naar huis.

Hoewel ik erg genoten heb van mijn tijd hier en ik het echt naar mijn zin heb gehad, heb ik ook wel veel zin om weer naar huis te gaan. Vooral de laatste week, toen de einddatum dichterbij kwam, begon ik te denken aan wat ik thuis allemaal ga doen. Maar nu dus eerst nog even stappen en vakantie vieren!

Ik hoop dat jullie het leuk vonden om mijn berichten te lezen, al waren ze soms misschien wat lang. Bedankt voor jullie reactie en e-mails! Komende week komt er vast nog wel een bericht over mijn avonturen met de gebroeders Vermaat.

dsc02313-300x225

Beslama!

Antropoloog in hart en nieren (en andere organen)

Beste mensen,

Even voor de goede orde, blijkbaar heb ik met voorgaand bericht een verkeerd beeld geschept van mijn antropologische activiteiten in Rabat. Want ook al ben ik hier niet voor antropologisch onderzoek (ik kan gewoon de toerist uithangen wanneer ik wil), de antropoloog in mij is als vanzelfsprekend verankerd met mijn identiteit, en is dan ook voortdurend aanwezig. Enige voorbeelden om dit te onderschrijven: ik heb mijn leeftempo aangepast aan dat van de lokale bevolking, ik leer de taal zodat ik de mensen hier nog beter kan doorgronden, ik bezoek allerlei belangrijke plaatsen in het land, en de hammam heb ik al met menig bezoekje vereerd. Mocht dit allemaal nog niet genoeg bewijs zijn: ik eet iedere vrijdag couscous (een echte Marokkaanse traditie waar ik dus ook aan meedoe)!

Maar, ook een antropoloog moet af en toe zijn/haar grenzen stellen. Going native is een prachtig begrip, maar het is nimmer mogelijk om compleet deel uit te maken van ‘de ander’. Daarom heeft het geen zin dit te proberen als bepaalde dingen je tegen staan. In dit geval was mijn grens het eten van schapenorganen. Dit wil niet zeggen dat ik niks van het schaap binnenkrijg, integendeel. Zo’n schaap is namelijk best groot. En dik. Het eten van de ingewanden was dan wel gereserveerd voor de dinsdag, de rest van het schaap moet natuurlijk ook weggewerkt worden. Sinds woensdag staat er dan ook twee keer per dag schapenvlees op het menu, bij de lunch en het diner.

Gelukkig kun je veel varieren met een schaap. Zo zijn er spiesjes met schapenstukjes van de barbecue (deze zet je trouwens gewoon binnen als het regent), gestoofd schaap, tajine met schaap en pruimen, coucous met schaap… en ga zo maar door. Gisteren puilde de vriezer nog uit van het schapenvlees, dus het is voorlopig nog niet gedaan.

Hoewel ik zo af en toe best een stukje lust, begint dat schaapje me nu toch wel een beetje de keel uit te hangen. Dus, voor als ik weer in den lande ben: voel je absoluut niet verplicht om me schaap voor te schotelen omdat ik dat gewend ben, ik heb genoeg schaap gegeten voor twee levens!

Goed, ik hoop jullie hiermee gerustgesteld te hebben betreffende mijn antropologische kwaliteiten. Nu ga ik me mentaal voorbereiden op de volgende schaapachtige maaltijd.