Bèèèèèèh!

Vandaag is weer de عيد الأضحى begonnen. Voor degenen die dit niet begrijpen; dat is het Offerfeest, danwel Slachtfeest, danwel het Grote Feest. Of, voor mijn oud-cursisten die niet zo goed Nederlands spraken: het Schapenfeest. Welke naam je er ook aan wilt geven, het gaat er uiteindelijk om dat het voor de moslims een belangrijk feest is.

En ik moest hierdoor denken aan mijn ervaringen met dit feest in Marokko. 

Eerst de schapensfeer die in de lucht hing:

Schaap1

Daarna mijn volhardende pogingen om bepaalde schapendelen te ontwijken:

Schaap2

En vervolgens de overvloed aan schapenvlees:

Schaap3

En waar ik niet over schreef, maar wat ik me wel levendig herinner: de geur van schapenvlees die een paar dagen lang in de stad hing. Iets te overdadig wat mij betreft. En misschien hing die er nog wel langer, maar ik ging er toen snel vandoor.

Meer over die avonturen is natuurlijk altijd terug te lezen en ook een beetje te zien.

Voor nu: مبروك عيد *

* mensen die Arabisch lezen zullen zien dat dit niet helemaal klopt, maar de meesten van jullie zullen dat gelukkig niet doorhebben

Araneae

Ik lag op bed en probeerde te slapen. Het lukte nog niet erg goed. Had het te maken met die spannende film die ik net had gezien? Nee, vast niet, ik heb wel engere films gezien, zonder dat ik daarvan wakker heb gelegen. Misschien dan met de vraag aan wat voor leuke dingen ik mijn volgende werkloze dag zou gaan besteden? Dat leek me toch ook geen groot probleem. Ik kwam er niet uit en ging maar weer verder met proberen te slapen.

Na een tijdje hoorde ik wat gerommel op de gang. Het licht ging aan.

Wat zou huisgenoot aan het doen zijn? Die lag toch ook al op bed? Nou ja, ieder haar ding, om twaalf uur ’s nachts. Ik ging weer door met waar ik mee bezig was.

Tot er opeens op mijn deur geklopt werd. Toen stopte ik even met proberen te slapen en zei:

“Ja.”

De deur ging open en ik keek vanuit mijn hoogslaper neer op een doodsbange huisgenoot. Trillend op haar benen. Angstzweet.

Ze piepte uit: “Kun je me helpen?”

“Euh misschien, waarmee?”

“Er zit een enorme spin in mijn kamer!”

Aha, daar werd mijn heldenstatus aangesproken. Ik voelde me vereerd. Omdat ik weet dat huisgenoot niet zo van dieren houdt, vooral niet van spinnen en al helemaal niet als ze in haar slaapkamer zitten en nog wel het allerminst als ze wil slapen, besloot ik dat ik daarvoor mijn pogingen tot slapen wel even kon staken.

Dus klom ik uit mijn bed en ging naar de plek des onheils. Onderweg besloot ik alvast hoe ik dit probleem zou aanpakken (sorry dierenliefhebbers, misschien moeten jullie vanaf hier maar niet meer verder lezen…) en ik nam de stofzuiger mee. Aangekomen in de slaapkamer zag ik haar/hem direct zitten. Precies boven het hoofdeind van het bed van huisgenoot, dus als ze met haar mond open zou slapen, zou het harige wezen er zo in kunnen vallen.

Daar zou ook ik niet heel blij van worden. Daar moest iets aan gedaan worden.

Met de stofzuiger in de aanslag ging ik op het bed staan. Ik voelde me net een Ghostbuster.

En hoppa, met één druk op de knop zoog ik het schepsel de stofzuiger in. De slaapkamer was verlost van het monster, mijn huisgenoot kon weer rustig gaan slapen.

En ik?

Ik klom mijn bed weer in. Ik hoefde niet verder te gaan met proberen te slapen. Na deze inspanning viel ik direct in slaap!

En droomde ik van een nieuwe carrière als held.

Een bijzonder eiland

Waar vrijwilligerswerk allemaal al niet goed voor kan zijn. Ok, je moet soms ook wel iets doen wat op werk lijkt, daarom heet het ook vrijwilligerswerk. Maar het kan ook leuke dingen opleveren. Mijn Afrika-groepje bijvoorbeeld bestaat uit heel leuke mensen. En met die mensen gaan we ieder jaar een weekendje weg. Meestal gebeurt dat aan het eind van de zomer, als er nog kans op mooi weer is. Dit jaar had ik aangeboden om de organisatie voor mijn rekening te nemen. Dus gingen we niet aan het eind van de zomer weg, maar werd het pas in januari. Maar ook dan kan het gelukkig mooi weer zijn, wat dit weekend maar weer bleek. Eigenlijk best goed uitgekozen dus, dat weekend.

Omdat ik sinds afgelopen zomer de Waddensmaak te pakken hebben, zou de reis ons naar Texel voeren. Heel leuk, als je er niet bij stilstaat dat je misschien wel met het openbaar vervoer moet reizen. Dan blijkt het opeens nogal een reis te zijn. Maar dat mocht de pret niet drukken. En dat we met vijf personen waren in plaats van de in eerste instantie geplande acht ook niet. Hadden we tenminste bijna allemaal een eigen slaapkamer!

Een van de leuke dingen aan Waddeneilanden is dat je er alleen met de boot kan komen. Naar Terschelling en Vlieland duurt dat best lang. Naar Texel maar twintig minuten. Deze boot vaart heel rustig. Tien minuten nadat we zouden moeten vertrekken vroeg ik me af of de boot nou niet eens zou gaan varen. Maar toen waren we dus al tien minuten aan het varen. De rest van het weekend heb ik maar niet te veel vragen meer gesteld.

We hebben op Texel een paar bijzondere dingen meegemaakt. Het is daar namelijk niet zoals in de grote stad. Mensen zijn er (bijna allemaal) aardig en vertrouwen elkaar. Dus kon het gebeuren dat we geen sleutel voor het huisje hoefden op te halen, maar de deur gewoon open was gelaten. Wel handig.

Wat ook kon gebeuren is dat de eigenaresse gewoon naar binnen wilde lopen om ons de huisregels te verkondigen. Gelukkig hadden wij zelf wel de deur op slot gedaan.

Mensen die we tegenkwamen zeiden gedag. Ook in de supermarkt zei de caissière gedag toen we binnenkwamen (en dus nog niet eens aan de kassa stonden). En mensen zetten hun fiets niet op slot. Dat kan daar ook gewoon.

In het restaurant waar we aten, hadden we het erover dat we niet wisten of we een kurkentrekker in het huisje hadden. We hadden namelijk wel een fles wijn met een kurk. De restauranteigenaar leende ons zijn enige kurkentrekker uit. Als we hem maar wel weer terug zouden brengen, want het was dus zijn enige kurkentrekker. Ook dat kan daar gewoon.

We kwamen er ook achter dat er een fonteinsnol op Texel huist. Die zijn we gelukkig niet tegengekomen. Ook andere snollen en dellen hebben we alleen op borden zien staan.

Dsc02915

Er zijn ook veel zeehonden. In principe niet óp het eiland, maar daar in de buurt. Als ze wel op het eiland komen en een beetje kapot zijn, worden ze in Ecomare opgevangen. En daar kun je ze dan gaan bekijken. Sommige zijn lief en klein en schattig en snoezelig en zielig. Andere zijn lelijk en daardoor natuurlijk minder schattig en snoezelig en zielig. En sommige zijn blind en hebben staar en rode ogen en zijn dus eigenlijk heel zielig maar vond ik toch eigenlijk vooral eng. Wat dan ook wel weer zielig is.

Lieve kleine zeehond:

Dsc02868

Lelijke zeehond (maar hij kan wel op zijn achtervinnen staan!):

Dsc02892

En verder zijn er nog veel meer leuke dingen, zoals Texelse biertjes, verse visjes, heel veel schapen, strand (niet overal geloof ik), Texels appelsap, spannende verhalen over wilde katten en koeien die dikke stevige vlaaien maken en slufters. Oh ja, en we hebben Sinterklaas gevierd. Dat kan daar ook gewoon nog op 14 januari.

Dsc03002

Texel, een bijzondere belevenis.

Waf!

Zoals al eerder vermeld, ben ik nogal een koukleum. En nu de winter er weer aan zit te komen, heeft dat ook invloed op mijn tijdbesteding. Waar ik normaal gesproken nog wel zin heb om ’s avonds de deur uit te gaan en eventueel actief te zijn (sporten, drankje in de stad, koken) is deze drang naar activiteiten verdwenen zodra het aan het eind van de middag al donker begint te worden. En kouder natuurlijk. Zodra ik dan thuis ben en bij de verwarming zit, of onder mijn fleecedekentje, heb ik geen zin meer om nog de deur uit te gaan. Daardoor doe ik ook vaak niet de nuttige dingen die ik zou willen doen (sporten, dingen voor mijn vrijwilligerswerk, boeken lezen, koken) maar blijf ik hangen in de woonkamer, waar de verwarming aan staat. En de tv. Maar waar mijn huisgenoot tegelijkertijd een artikel op de laptop leest, tv kijkt en ook nog een half gesprek voert, wordt mijn aandacht compleet opgeslurpt door de tv als deze aanstaat. Ik kan best verschillende dingen tegelijkertijd (een beetje vrouwelijkheid heb ik wel in me), maar de tv is één van de dingen die teveel afleiden om nog iets anders te kunnen. Vandaar dat al die nuttige en actieve dingen niet gebeuren (en op mijn eigen kamer is het veel te koud).

Nu is het niet altijd erg, omdat sommige programma’s best interessant zijn en je er ook nog weleens iets van kunt leren. Helaas valt het grootste deel van de programma’s in de categorie van onzinnig tot bizar. Toch blijf ik daar gebiologeerd naar kijken. Laatst zag ik in deze categorie het programma ‘Een huis vol honden’, gepresenteerd door de lieftallige Nance. Als er iemand is die niet van honden houdt, ben ik het wel, maar ja, die tv he. Blijkbaar zijn alle ideeën met afvalrondes voor personen al uitgewerkt en moest er gezocht worden in een ander gebied: het dierenrijk. Want afvalrondes zijn natuurlijk altijd boeiend. Zelfs met honden.

In het programma wil een gezin graag een hond hebben. Maar hoe weet je nou welke hond in het gezin past? Dat zie je natuurlijk niet in de dierenwinkel of in het asiel. Nee, daar moet Nance je bij helpen. Dus komen er zes (zes!!!) honden in huis, waarvan er uiteindelijk één overblijft. Ieder gezinslid heeft gelijk zijn of haar favoriet. Helaas is dat meestal voor iedereen een andere, wat de keuze er niet makkelijker op maakt. Daarom wordt er eerst een uurtje met de honden gespeeld. Daarna moeten er twee naar huis (het asiel?) gestuurd worden. Dit valt de mensen soms al erg zwaar, omdat de honden in dat ene uurtje al een plekje in hun hart veroverd hebben. Zo snel kan dat gaan.

Nu er nog vier honden over zijn, worden de honden alleen thuis gelaten. Met beveiligingscamera’s wordt opgenomen wat ze allemaal uitspoken. Als het gezin thuiskomt, is het huis – wat mij betreft geheel volgens verwachting – compleet overhoop gehaald. Na gespeculeerd te hebben over wie het gedaan zal hebben, bekijken ze de beelden. Het valt ze dan erg tegen, omdat dit van sommige honden toch echt niet verwacht werd. Tja, wat wil je, het zijn honden. Die zonder toezicht in huis gelaten worden. Met zijn vieren.

Ook al doen de honden, volgens Nance, zo hun best, er moeten er toch weer twee afvallen. (Hoe doen de honden hun best? Hoe weten ze überhaupt dat ze hun best moeten doen, omdat ze misschien wel daar in huis mogen blijven? Dat vraag ik me dan wel af. Volgens mij weten de honden alleen dat ze met vijf andere honden bij een paar vreemden in huis zijn. Dit maakt het spel natuurlijk wel een stuk eerlijker dan bij mensen. Mensen doen wel hun best om in de smaak te vallen en kunnen zich anders voordoen. De honden zijn gewoon zichzelf.) Er wordt door de familieleden dan ook hard gepraat over de karakters van de honden en of de honden wel leuk meedoen. Als uiteindelijk de laatste hond ook weg moet, hebben sommige gezinsleden wel ‘een brok in de buik’. Maar gelukkig blijft natuurlijk de hond over die het beste in het gezin past. De honden die niet gekozen zijn, mogen aan het eind door de kijker besteld worden.

En zo kijk ik dus een uur naar een programma over honden, en schrijf ik er zelfs nog over ook! Ik ben benieuwd wat mij nog meer te wachten staat deze winter.