Thuis!

Na tien dagen met Derk en Lennert vakantie gevierd te hebben, ben ik weer veilig in Nederland aangekomen. Wat we in die tijd allemaal gedaan hebben is o.a. rondhobbelen op een dromedaris, zandduinen beklimmen, in een tentje slapen en theedrinken in de woestijn; heel veel in de bus gezeten van de ene plaats naar de andere; een superhotel gevonden met een legendarische eigenaar, pofadders bekeken op het plein, kommetjes gekocht, wachten op Lennert die winkels in gelokt werd, kipsnacks gegeten in Marrakech; en tenslotte naar huis gevlogen. Dit is natuurlijk heel kort samengevat. Voor de laatste foto’s kun je terecht op: http://www.flickr.com/photos/sonic-nurse.

Bslama!!!

Kerst in de woestenij

Op het moment van schrijven, zitten de meesten van jullie waarschijnlijk aan een heerlijke kerstmaaltijd. Ik zit daarentegen in een stoffig woestijnstadje. Samen met Derk en Lennert word ik morgen opgehaald met een 4×4-wagen om verder de woestijn in te gaan. Daar gaan we met een kameel verder en slapen we twee nachtjes in de woestijn. Ben benieuwd hoe dat gaat worden.

Het was erg leuk om Derk en Lennert zaterdag weer eens te zien. Ze kwamen ’s avonds laat aan en konden gelijk aanschuiven, de soep stond al klaar. Mijn gastfamilie vond het ook leuk om mijn broers eens gezien te hebben. Zondag heb ik ze een beetje door de stad heen geleid maar na de lunch kwam toch het afscheid daar. Het was erg jammer om afscheid te nemen van de familie, ik heb het echt heel erg naar mijn zin gehad daar en het zijn supermensen. Er werd dan ook wel een traantje gelaten.

Met de gebroeders ben ik toen naar Meknes gegaan. Dit stadje is leuk maar na twee dagen is het daar wel genoeg. Een paar kilometer verderop is Volubilis, een oude Romeinse nederzetting waar nog veel stenen overeind staan en mozaiekjes te zien zijn. Het was erg interessant en ook de weg ernaartoe was een mooie wandeling. Gelukkig is het ook sinds zaterdag weer mooi weer, dus dat hebben die broers van mij mooi uitgekiend.

Na ongeveer 21 uur achter elkaar gereisd te hebben, eerst in een comfortabele en daarna in een gammele bus, zijn we gisteravond aangekomen in Zagora. Vandaag hebben we hier een beetje rondgewandeld, het is hier al behoorlijk woestijnig. En morgen dus echt de woestijn in.

Alsnog, al ben ik een beetje laat, wens ik jullie fijne kerstdagen (ze zijn tenslotte nog niet voorbij) en sommigen van jullie zal ik zeer snel weer zien!

Bslama

Het is zover…

Ja hoor, het is zover. Met nog twee dagen te gaan, is het ze eindelijk gelukt; ik zit met hoofddoek op te typen. Gelukkig gaat hij er vanmiddag weer af. De reden dat ik een doek op mijn hoofd heb, heeft namelijk niks met religie oid te maken. De reden is henna in mijn haar, en dan vooral het voorkomen van henna op andere plaatsen dan mijn haar. Vandaag heb ik een ‘echte’ Marokkaanse dag (hoe antropologisch als ik mijn dag pas echt Marokkaans noem op het moment dat ik cliché-Marokkaanse dingen doe). Vanochtend begonnen met henna in mijn haar en vervolgens een hoofddoek op. Daarna heb ik couscous gemaakt. Nou ja, ik heb de groenten gesneden en die vormen toch een groot deel van de maaltijd. Daarna heb ik toegekeken hoe mijn gastmoeder de rest van de couscous maakte.

Voor de rest van de dag staan nog het eten van de couscous op het programma (erg belangrijk), daarna mijn laatste hammam-bezoek en daarna krijg ik nog mooie henna-versiersels op mijn handen. Deze ‘echte-Marokkaanse-dag’ ga ik vanavond afbreken door te gaan stappen (joehoe, de 2e keer in bijna 3 maanden!), want dat is niet echt een gewoonte voor de gemiddelde Marokkaanse vrouw.

Ja nu is het aftellen echt begonnen. Morgenavond komen Derk en Lennert hierheen en zondag vertrekken we samen uit Rabat. Dan is mijn Arabische-taal-leer-avontuur en in-Marokkaanse-familie-ondergedompeld-worden-avontuur (je ziet, vandaag houd ik van streepjes-woorden) afgelopen. Met Derk en Lennert ga ik nog een reisje door Marokko doen van ongeveer 10 dagen en daarna ga ik weer naar huis.

Hoewel ik erg genoten heb van mijn tijd hier en ik het echt naar mijn zin heb gehad, heb ik ook wel veel zin om weer naar huis te gaan. Vooral de laatste week, toen de einddatum dichterbij kwam, begon ik te denken aan wat ik thuis allemaal ga doen. Maar nu dus eerst nog even stappen en vakantie vieren!

Ik hoop dat jullie het leuk vonden om mijn berichten te lezen, al waren ze soms misschien wat lang. Bedankt voor jullie reactie en e-mails! Komende week komt er vast nog wel een bericht over mijn avonturen met de gebroeders Vermaat.

dsc02313-300x225

Beslama!

Antropoloog in hart en nieren (en andere organen)

Beste mensen,

Even voor de goede orde, blijkbaar heb ik met voorgaand bericht een verkeerd beeld geschept van mijn antropologische activiteiten in Rabat. Want ook al ben ik hier niet voor antropologisch onderzoek (ik kan gewoon de toerist uithangen wanneer ik wil), de antropoloog in mij is als vanzelfsprekend verankerd met mijn identiteit, en is dan ook voortdurend aanwezig. Enige voorbeelden om dit te onderschrijven: ik heb mijn leeftempo aangepast aan dat van de lokale bevolking, ik leer de taal zodat ik de mensen hier nog beter kan doorgronden, ik bezoek allerlei belangrijke plaatsen in het land, en de hammam heb ik al met menig bezoekje vereerd. Mocht dit allemaal nog niet genoeg bewijs zijn: ik eet iedere vrijdag couscous (een echte Marokkaanse traditie waar ik dus ook aan meedoe)!

Maar, ook een antropoloog moet af en toe zijn/haar grenzen stellen. Going native is een prachtig begrip, maar het is nimmer mogelijk om compleet deel uit te maken van ‘de ander’. Daarom heeft het geen zin dit te proberen als bepaalde dingen je tegen staan. In dit geval was mijn grens het eten van schapenorganen. Dit wil niet zeggen dat ik niks van het schaap binnenkrijg, integendeel. Zo’n schaap is namelijk best groot. En dik. Het eten van de ingewanden was dan wel gereserveerd voor de dinsdag, de rest van het schaap moet natuurlijk ook weggewerkt worden. Sinds woensdag staat er dan ook twee keer per dag schapenvlees op het menu, bij de lunch en het diner.

Gelukkig kun je veel varieren met een schaap. Zo zijn er spiesjes met schapenstukjes van de barbecue (deze zet je trouwens gewoon binnen als het regent), gestoofd schaap, tajine met schaap en pruimen, coucous met schaap… en ga zo maar door. Gisteren puilde de vriezer nog uit van het schapenvlees, dus het is voorlopig nog niet gedaan.

Hoewel ik zo af en toe best een stukje lust, begint dat schaapje me nu toch wel een beetje de keel uit te hangen. Dus, voor als ik weer in den lande ben: voel je absoluut niet verplicht om me schaap voor te schotelen omdat ik dat gewend ben, ik heb genoeg schaap gegeten voor twee levens!

Goed, ik hoop jullie hiermee gerustgesteld te hebben betreffende mijn antropologische kwaliteiten. Nu ga ik me mentaal voorbereiden op de volgende schaapachtige maaltijd.

Niet voor vegetariers

Het is stil in de straten van Youssoufia, onze wijk in Rabat. Maandag kwam er nog schapengeblaat vanuit alle kanten, gisteren zijn ze allemaal geslacht. We waren allemaal vroeg opgestaan voor de slachtpartij, maar het wachten was op de koning. Zodra hij zijn schaap geslacht had, mocht de rest van het land aan de slag. Tijdens de voorbereiding begon het hard te regenen, maar een gedeelte van het dakterras was afgedekt met dekens, dus dat hinderde niet.

De vader des huizes sneed met een scherp mes de keel van het schaap door, en zodra het dood was begonnen de mannen des huizes het schaap te villen en ontdoen van ingewanden. Twee uur later lagen de spiesjes met stukjes maag en lever al op de borden. Hoewel iedereen bleef aandringen, lukte het me toch om er niet van te hoeven eten. Ook ’s avonds stond er weer een groot bord met allerlei ingewanden op het menu, ik kreeg een stukje kip. Ik weet niet hoe lang er nog schapenvlees gegeten gaat worden, maar het zal in ieder geval genoeg voor een aantal dagen zijn. Tot zover de schapen…

 

In het weekend zijn we naar Tangier geweest, het was een erg leuk weekend. Hoewel het ’s avonds in het hotel erg koud was (met drie dekens kreeg ik het net warm genoeg om te slapen), hebben we verder wel geluk gehad met het weer. Niet veel zon maar ook geen regen. Een aantal dingen die we wilden zien was helaas gesloten, maar voor de rest hebben we ons wel vermaakt. Tangier heeft een mooie mix van Spaans aandoende huizen en Marokkaanse elementen. De mannen zijn wel erg vervelend, ze slingeren af en toe niet al te aardige dingen naar de hoofden van onschuldige toeristjes.

Maar het meest indrukwekkend was wel de terugreis. Omdat we niet wisten hoe laat de trein zou vertrekken, besloten we om gewoon maar naar het station te gaan. Mochten we net een trein gemist hebben, dan zouden we tussendoor nog wel even naar het strand kunnen gaan. Dit bleek een naieve gedachte, zo vlak voor de Aid. Iedereen wil dan namelijk naar zijn familie en het leek wel of de inwoners van Tangier alleen familie buiten Tangier hebben. Heel het stationsplein stond vol met mensen, met grote koffers. Er zat niks anders op dan erbij te gaan staan, we moesten toch terug naar Rabat. Er waren dranghekken geplaatst, maar deze leken meer bedoeld om mensen tegen te houden, dan om paden richting de ingang te vormen. We hebben het lang weten te ontwijken, maar op een gegeven moment moesten ook wij over een hek heen klimmen. Maar ach, we hadden het al verschillende oude vrouwtjes en vrouwen met baby op de rug zien doen, dus voor ons jonge meiden was dit natuurlijk geen probleem.

Na ongeveer twee uur hadden we eindelijk een stuk van zo’n 20 meter overgestoken (het kan ook 10 of 50 meter zijn, mijn meterinschattingsvermogen is ongeveer nul; het was in ieder geval een klein stuk voor twee uur) en waren we in de stationshal. Hier was het avontuur nog niet ten einde, want de deuren naar de perrons waren gesloten, dus moesten we nu met alle reislustige mensen in de stationshal nog anderhalf uur wachten tot de trein zou vertrekken. In het begin was het ok, maar op het moment dat de deur even openging (en gelijk weer dicht, maar dat leek minder interessant) begon iedereen te duwen. Zo bevond ik me de laatste 20 minuten plotseling in een iets minder comfortabele positie. Toen de deuren eindelijk open gingen, was het duwen en trekken geblazen om op het perron te komen en daarna rennen om een plekje in de trein te bemachtigen. Gelukkig konden wij allemaal zitten.

Tijdens het wachten voor en in het station brak er af en toe ruzie uit. We hebben een heuse ‘girlfight’ gezien met vrouwen die elkaar stonden te bespugen. Hoewel de massa soms wat beangstigend over kon komen, met veel geduw en gejoel, was iedereen individueel erg aardig. Mensen hielpen elkaar allemaal om over de hekken heen te komen en ook de koffers bleven veelal bij de eigenaars. Al met al deed het me allemaal het meest aan Lowlands denken. Een grote menigte, met zijn allen wachten tot de deur opengaat, en af en toe joelen als iemand denkt dat er iets staat te gebeuren. Helaas was het in dit geval niet voor een leuk festival, maar gewoon voor een lange treinreis…

 

Schapen enzo

Is het in Nederland een spannende tijd omdat het bijna Sinterklaas en Kerst is, hier in Marokko is het schapentijd. Dinsdag is het namelijk ‘Aid al Kabir’, bij ons ook wel bekend als het offerfeest. Iedere familie slacht een schaap, als nagedachtenis aan de profeet Ibrahim, die bereid was zijn zoon te offeren in opdracht van God. Het is een van de belangrijke Islamitische feestdagen en het is duidelijk te merken dat iedereen zich opmaakt voor deze dag. Er wordt al weken over schapen gepraat, en sinds een paar dagen zien we ook steeds vaker schapen uit auto’s geladen worden. Hier in huis hebben we er ook al een, hij staat op het dak en Ilias praat over niks anders meer dan ‘hawli’ (Marokkaans voor schaap). Op de markt en aan de kant van de straat zijn plotseling heel veel kruiden, schalen en vooral messen te koop. Onze leraar heeft al uitgebreid staan vertellen hoe hij het schaap slacht. Al zag het er indrukwekkend uit, hij heeft er nog nooit echt een geslacht, dus het is natuurlijk nog maar de vraag of al zijn acrobatische kunsten veel zullen uithalen.

Met al deze drukte en spanning in de lucht, hebben wij besloten om er maar weer eens een weekendje tussenuit te gaan. Morgen gaan we op weg naar Tangier, helemaal in het noorden van Marokko. Ik hoop dat het weer een beetje meezit, de laatste weken is er namelijk alleen maar kou en regen…

Spanning en sensatie

Vorige week zijn we weer eens op ‘avontuur’ geweest. In mijn Lonely Planet had ik gelezen over ‘Lac Sidi Bourhaba’, een beautiful freshwater lake vlakbij Kenitra, een stadje niet ver van Rabat. Omdat we een paar weekenden achter elkaar in Rabat gebleven waren en ook voor dit weekend geen reis gepland hadden, leek het me een goed idee om op zondag hier naartoe te gaan. Het is een half uur met de trein naar Kenitra en dan nog een eindje met de taxi, goed voor een dagje uit dus. Toen ik onze gastmoeder en -zus vertelde over onze plannen, vonden ze dit een uitermate goede keuze, omdat het meer heel mooi is. Toen ik ze echter vroeg hoe we er het beste konden komen en ze erachter kwamen dat er geen jongens meegingen, sloeg hun mening compleet om (is dat een correcte uitdrukking?). Alleen drie meiden? Geen jongens? Maar dat is toch gevaarlijk!? En jullie kennen de weg niet (als ik nooit een onbekende weg in zou slaan, zou ik toch zeker nooit ergens komen? dan zou ik hier nu ook niet zijn). Wij hadden helemaal geen zin in een stel patriarchale gastbroeders die ons zouden vergezellen op onze reis, we wilden rustig op ons gemak van het meer en de rust genieten. En zélf op avontuur gaan.

Nadat gastmoeder ’s ochtends Abdel nog wakker had gemaakt om te vragen of hij meeging (antwoord: hmmm ik weet de weg niet, ben moe, wil slapen, zzz…) zijn we toch met zijn drieen op pad gegaan. Spanning en sensatie! We hadden (zoals verwacht) geen enkel probleem om bij het meer te komen en rondom het meer zaten overal gezinnen. De meesten waren tajines aan het bereiden of eten. Met zoveel mensen in de buurt lijkt het me sterk dat we aangevallen zouden worden.

Het is hier blijkbaar niet erg gebruikelijk dat meisjes/vrouwen alleen, zonder mannelijke begeleiding, op pad gaan. Boodschappen doen, werken en op familiebezoek ok, maar als het verder weg is gaat dat niet zomaar. Dus zijn de vrouwen niks gewend en durven ze ook niks. Of het overal zo is weet ik niet, ik zal niet generaliseren, maar in onze familie lijkt het in ieder geval wel zo te zijn. Ik had namelijk een van de zussen gevraagd of ze mee wilde, zij is net zo oud als ik. Ze vond het een leuk idee, omdat ze het meer super vindt, maar toen ze hoorde dat er geen jongens meegingen durfde ze niet. Toch jammer.

Het meer was overigens wel mooi. Het schijnt een paradijs te zijn voor vogelspotters, omdat het een tussenstop is voor duizenden vogels die reizen tussen Europa en Sub-Sahara Afrika (zegt mijn Lonely Planet ook weer). Ik heb veel vogels gezien, maar voor mij is een eend een eend en een meeuw een meeuw (oftewel; ik ken de verschillen tussen allerlei verschillende soorten vogels niet). De vogels waren ook tever weg om zonder verrekijker goed te kunnen onderscheiden.

Al met al was het een leuke dag, en dankzij alle waarschuwingen toch een beetje avontuurlijk.

(Ik heb wat nieuwe foto’s op mijn fotosite geplaatst, dusssss kijken allemaal!)

Het dagelijks leven in Rabat

Zoals jullie misschien wel begrijpen, is het hier in Marokko niet alleen maar leuke reisjes maken wat de klok slaat. Ik heb hier ook een soort van dagelijks leven, daar heb ik nog niets over verteld. In dat dagelijks leven is nog steeds mijn eerste bericht van toepassing: mange, mange! ook wel: koeli, koeli in Marokkaans. De gastfamilie is erg bang dat ik niet genoeg te eten krijg, want ze zeggen voortdurend dat ik moet eten. Ik dacht een tactiek bedacht te hebben door te zorgen dat ik continu een stukje brood in mijn hand houd. Maar dat werkt niet; zelfs als ik mijn mond vol heb wijzen ze me erop dat ik moet eten, het liefst drie verschillende dingen tegelijk. Ik ben dus constant op mijn hoede tijdens het eten, wat het niet echt een relaxte bezigheid maakt. Gelukkig is het eten bijna altijd erg lekker.

De familie waar ik bij woon is erg groot, er is een vader en een moeder en die hebben negen kinderen, waarvan er zes in huis wonen. Er zijn vier dochters, eentje is getrouwd en woont een paar straten verderop en de andere drie wonen hier in huis. Er zijn vijf zoons, eentje woont in Noorwegen en is daar getrouwd, een ander is ook getrouwd en woont een eindje buiten Rabat. Een andere zoon is getrouwd en woont samen met zijn vrouw en twee zoontjes hier in huis en ook de andere twee zoons wonen hier. Zoals je zult begrijpen, heeft het een tijdje geduurd voordat ik helemaal doorhad wie wie is, vooral als je weet dat ze ook nog eens allemaal op elkaar lijken. Hajar is de jongste van de kinderen, zij was gisteren jarig en is, net als ik, 25 geworden. Maggie en ik hadden als verrassing een sjaal voor haar gekocht en een taart. Toen we de taart gingen eten waren Ilias (het ADHD-zoontje waarvan ik al eerder een foto heb geplaatst) en de baby, Mohammed Amin, in net pak gestoken, want het was tenslotte feest!

Ilias is enorm druk. Hij heeft een superlief smoeltje en kan heel onschuldig kijken, maar ondertussen haalt hij constant kattekwaad uit. In het begin lukte het me nog aardig om hem naar me te laten luisteren, maar inmiddels heeft hij wel door dat ik hem niet sla als ik boos word, dus is hij me aardig aan het uittesten. Als hij iets gedaan wil krijgen zet hij zijn pruillipje op en gaat `huilen` maar daar trap ik mooi niet in!

De buurt waarin ik woon ligt in het noordoosten van Rabat (denk ik tenminste) en is een erg dichtbevolkte buurt. In heel Marokko is veel werkloosheid, omdat het grootste gedeelte van de bevolking onder de 30 is. In onze wijk is dit goed te merken aan de groepjes jongens die heel de dag overal op straat rondhangen. Wat ik soms wel vervelend vind, omdat het een natuurlijke behoefte lijkt te zijn voor die jongens om westerse (en misschien ook Marokkaanse) meisjes na te roepen. Na zes weken word ik nog steeds welkom geheten in Marokko en verschillende jongens/mannen hebben me al verteld dat ze van me houden. Zelfs op een dag dat ik superchagrijnig was en ik niet mijn allervrolijkste gezicht op had gezet (het `als blikken konden doden`-soort van gezicht) zagen verschillende mannelijke personen dit nog als een uitnodiging om me aan te spreken. Dat maakte mijn bui er natuurlijk niet beter op…

Het contact met de familie verloopt soms wat moeizaam maar het gaat wel steeds beter. Mijn Frans is wel wat vooruit gegaan inmiddels, veel woorden die ik vergeten was zijn weer boven gekomen. Af en toe gooi ik er wat Arabische of Marokkaanse woorden tussendoor en dan vinden ze me allemaal geweldig.

Verder heb ik het ook best getroffen qua luxe in het huis. Ik had mijn eigen kamer, nu deel ik hem met Maggie, het Amerikaanse meisje. We hebben twee `normale` wc`s in huis (de `originele` wc`s hier zijn een gat in de grond met twee verhogingen om je voeten op te zetten, ook wel in Frankrijk te vinden), een douche MET warm water, een wasmachine en een computer met internet. Ter vergelijking de situatie van een van de andere meiden: ze slaapt in de woonkamer samen met zus, oma en eventuele bezoekers, ze heeft alleen een Marokkaanse wc in huis, geen douche, geen wasmachine en geen computer/internet. Op die manier kosten veel dingen toch behoorlijk wat meer tijd en ik ben dus best blij met mijn huis.

Ohja, natuurlijk wordt iedere nacht tussen vijf en zes uur de bevolking opgeroepen tot het gebed; `Allahu Akbar!` Gelukkig slaag ik er soms in om er doorheen te slapen.

(ik kon de foto niet omdraaien:)