Boekenblog

East of Eden

Voor je denkt dat mijn ‘twaalf-boeken-per-jaar-challenge’ allang is vastgelopen; dat is niet het geval. Niet dat ik in de tijd tussen mijn vorige en deze update enorm veel boeken heb gelezen, maar nog altijd lig ik voor op schema. Sterker nog, ik ontdek net dat ik er twaalf heb gelezen! Maar dat betekent natuurlijk niet dat ik nu stop. Ik lees de boeken toch in de eerste plaats omdat ik ze wil lezen, en niet omdat het volgens mijn lijstje moet. Lees verder

Een boek over bami

Het BamischandaalMisschien ken je J. Kessels: The Novel van P.F. Thomése wel. Een aardig bizar boek over een paar Tilburgers die naar Hamburg reizen en weer terug naar Tilburg. Ik heb het boek een paar jaar geleden gelezen en weet er eigenlijk weinig meer van, behalve dat ik het heel grappig vond. En dat de hoofdpersonen een beetje aso zijn en overal schijt aan hebben.

Ik was dan ook blij verrast toen ik een paar maanden geleden ontdekte dat de goede man nog een boek had geschreven over J. Kessels, namelijk Het bamischandaal. Eindelijk ben ik eraan toe gekomen om het te lezen en ik kon er weer erg om lachen. Wederom een bizar verhaal over een paar Tilburgers (en een Bredanaar) die dit keer naar Shanghai afreizen om op zoek te gaan naar J. Kessels. Die is namelijk kwijt en schijnt er vandoor te zijn met een Chinese schone.

De hoofdpersonen zijn niet de slimste typetjes en ze beledigen praktisch iedere menssoort die in het boek voorkomt: Chinezen, Duitsers, Bredanaars, homo’s, vrouwen. Maar het is allemaal weer zo grappig en origineel beschreven dat ik daar niet eens zo’n moeite mee had. En het gaat heel veel over seks, waarbij ranzige details niet geschuwd worden (hier wel, dus je zult toch het boek moeten lezen als je daar meer van wilt weten).

De schrijver is niet alleen een van de hoofdpersonen, maar komt ook regelmatig als schrijver aan het woord. Zoals: ‘Ik heb de Nobelprijs inmiddels wel uit mijn hoofd gezet, maar als Peer zo bladzijde na bladzijde doorgaat met Duitsers discrimineren zullen straks zelfs de homo’s mijn boek niet meer kopen. Wie blijft er dan over?’

En: ‘De Schel en de Mannschaft reden nog steeds voorop, maar de alte Kameraden wisten nu duidelijk niet meer waar ze moesten zijn. Stuurloos zwalkten ze voor ons uit. Het beste was dat ze nu zouden verdwalen om nooit meer teruggevonden te worden. Helaas kwam ik zo gemakkelijk niet van ze af. Wat deed je eigenlijk met lui die zomaar in je verhaal rondfietsten zonder dat ze nog ergens voor dienden? Rustig laten fiesten en wachten op een ongeluk. Op die manier had bijvoorbeeld een man als Tolstoj tientallen nutteloze personages uit de weg weten te ruimen zonder dat er een haan naar kraaide. Ik besloot zo min mogelijk aandacht aan hen te besteden, en hoopte dat het probleem zich door natuurlijk verloop vanzelf zou oplossen.’ 

O ja, en die bami. Die blijkt daar in China heel niet te smaken zoals thuis. Daar kunnen ze nog wat leren van de Brabantse afhaalchinees.

Al met al een zeer vermakelijk boek.

Deze boeken gaan over mij!

Twee boeken die ik de laatste tijd heb gelezen zijn: Wie maken het onderwijs? en Schrijven Kreng! Het eerste boek gaat over educatieve auteurs, wat ik ben. Het tweede is voor mensen die wel willen schrijven, maar het steeds niet doen. Dat doe ik ook. Of niet.

Wie maken het onderwijs? Teksten om van te leren – Jip Kruis e.a.

Wie-maken-het-onderwijsDit is een uitgave van en over leermiddelenmakers. Allerlei verschillende aspecten van het vak van educatief auteur worden behandeld: hoe kun je educatief auteur worden (hier is namelijk geen opleiding voor en iedereen komt er op zijn eigen manier in terecht), hoe verloopt de samenwerking met de eindredacteurs en de uitgeverij (dat je iets gemaakt hebt, en dat het ineens toch weer anders moet, ‘voortschrijdend inzicht’ noemen ze dat dan), hoe schrijf je een goede lestekst en opdrachten (met een voorbeeld hoe je één vraag op tien verschillende manieren kunt stellen) en ga zo maar door. Ook vertelt een uitgever wat zij zoekt in een auteur.

Een hoofdstuk gaat over een onderzoek onder educatieve auteurs, waarvoor ik zelf ook nog een vragenlijst heb ingevuld. Interessant om te lezen hoe wisselend het profiel van al die auteurs is! Een ander hoofdstuk dat me erg aansprak is ‘De vloek van kennis’. Je weet iets en je kunt niet terug naar het stadium waarin je het nog niet wist. Dat maakt het soms moeilijk om de kennis op een goede en begrijpelijk manier over te dragen, omdat je niet meer kunt denken als de ander. Je manier van denken sluit meestal niet aan bij de manier van denken van de leerlingen waarvoor je schrijft, omdat je zelf al zoveel meer achtergrondkennis en ervaring hebt. Goed om hier bij stil te staan!

Een aanrader voor:

  • educatieve auteurs; je herkent dingen die anderen schrijven en je kunt er nog iets van leren. Omdat veel educatieve auteurs alleen werken, is het leuk om de verhalen van anderen te lezen.
  • mensen die educatief auteur willen worden; er is geen opleiding voor en zo kun je toch al wat meer over het vak leren.
  • mensen die educatieve auteurs kennen, maar geen idee hebben wat die mensen nou eigenlijk de hele dag uitvoeren. Dat lees je in dit boek!

Schrijven Kreng! – Lisette Jonkman

Schrijven_krengDe titel zegt het al: met dit boek word je aangespoord om te gaan schrijven (of je nu een kreng bent of niet). Voorop staat verder: ‘Dus je wilt een romantisch, grappig en meeslepend verhaal schrijven, maar je hebt geen idee waar je moet beginnen?’ Nu is dat eigenlijk niet wat ik wil, maar ik wil wel schrijven. Inmiddels doe ik dit ook alweer wat meer; ik schrijf (meestal) op vaste dagen iets op mijn blog, ik schrijf wekelijks voor De Sleurzusters en ik ben redacteur geworden bij Careerwise en eindredacteur bij Kindamuzik. Toch was het een leuk boek om te lezen.

Lisette Jonkman geeft allerlei tips over het schrijven van een boek: waar begin je, hoe ontwikkel je je personages, hoe ga je om met alle smoezen om nu niet te beginnen met schrijven, hoe schrijf je realistische dialogen en ga zo maar door. Ze pent deze tips niet saai en droog neer, maar schrijft het op een verhalende manier, spreekt je als lezer aan en geeft grappige voorbeelden. Jonkman is zelf schrijver van chicklits, een genre dat ik nooit lees (romantische en grappige feelgoodromans). De voorbeelden die ze geeft, komen vaak wel uit dit genre. Die vond ik niet altijd even boeiend, maar begrijpelijk waren ze wel. Tussendoor geeft ze af en toe ook opdrachten, waarmee je je creativiteit kunt uitdagen.

Het boek is erg druk opgemaakt met veel roze, wisselende lettertypes en allerlei illustraties. Ik vind het er wel gezellig uitzien, maar ik kan me ook voorstellen dat sommige mensen dit erg storend vinden. Wat mij betreft had ze wel voor andere kleuren mogen kiezen (bah, roze) en hoeft er ook niet om de zoveel pagina’s een foto van haarzelf te staan. Verder een leuk en toegankelijk boek en voor wie nog eens een boek wil schrijven, staan hier vast bruikbare tips in.

Een superleuk boek: Hyperbool en nog wat

Hyperbool en nog watAllie Brosh, de schrijfster van dit boek, heeft blijkbaar een superveelgelezen blog: Hyperbole and a Half. Daar las ik dan weer over op het blog van Elsbeth. Zij heeft namelijk het boek vertaald naar het Nederlands en was er heel enthousiast over. Het boek leek me gelijk heel grappig, dus ik zette het op mijn verlanglijstje voor mijn verjaardag. En ja, dat is alweer een tijdje geleden (in november, en ik kreeg het boek toen ook) maar eindelijk heb ik het gelezen. En het was leuk!

Allie schrijft namelijk grappige verhaaltjes over haar leven vroeger en nu en ze maakt daar ook nog eens heel grappige tekeningen bij. Zo analyseert ze in het eerste hoofdstuk een brief van haar vroegere ik aan haar toekomstige ik, waarin ze geobsedeerd was door honden. Ze besluit uiteindelijk maar een brief terug te schrijven aan haar vroegere ikken (op verschillende leeftijden) om ze dingen uit te leggen en te waarschuwen voor bepaalde zaken. Hierdoor kom je erachter wat voor rare dingen ze als kind deed.

In ieder hoofdstuk vertelt ze een nieuw, soms absurd, verhaal en maakt ze er van die gekke tekeningen bij. Over haar zwakzinnige hond, over die keer dat ze als kind een hele taart opat, over haar tweede hond die ze hulphond noemt. En ze schrijft over haar depressie. Ze schrijft hier heel open over, op een luchtige en zelfs grappige manier en door haar verhaal en bijbehorende tekeningen kun je bijna begrijpen wat iemand met een depressie doormaakt.

Het boek doet me een beetje aan The Oatmeal denken, een site waarop ook allemaal gekke verhaaltjes met gekke tekeningen staan. En meestal ook supergrappig!

Volgens Elsbeth is humor moeilijk te vertalen en ze hoopt dat het goed gelukt is. Nou, wat mij betreft wel. Lezen dus dat boek!

Oh ja, en ik las ook nog het boekenweekgeschenk (De zomer hou je ook niet tegen, van Dimitri Verhulst), maar dat was vooral leuk omdat ik er een dag gratis mee in de trein mocht reizen. (En zo’n klein boekje is ook superhandig voor het halen van mijn doel van een boek per maand.)

Een boek per maand. Of een maand per boek

Ken je dat? Dat je van alles wilt doen, maar dat het, om wat voor reden dan ook, niet allemaal (of allemaal niet) lukt? Ik heb dat met boeken lezen. Ik heb een aardige lijst van boeken die ik nog wil lezen: romans, informatieve boeken, filosofische boeken, educatieve boeken. Alles wat me enigszins interessant lijkt.

Maar zo’n wishlist heb ik óók van films.

En series.

En documentaires.

En ik heb ook nog ergens een stapeltje torenhoge stapel ongelezen tijdschriften liggen.

Daarnaast ben ik bezig met de Sleurzusters en moet ik tussendoor ook nog af en toe werken en opdrachten zoeken.

Je begrijpt, dat lijstje wordt alleen maar langer.

Daarom heb ik mezelf aan het begin van dit jaar een doel gesteld: (gemiddeld) minimaal één boek per maand lezen. Ik heb dat twee keer eerder gedaan. In 2012 kwam ik aan het eind van het jaar op zelfs twee boeken per maand uit. Een deel van dat jaar werkte ik namelijk in Soest en zat ik een paar keer per week in de trein. Dat soort omstandigheden is perfect voor dit soort doelen. Vorig jaar kwam ik op precies één boek per maand uit; het laatste las ik nog net na de kerst uit.

Voorlopig lig ik precies op schema. Het is eind februari en ik heb al twee boeken uit. En om het nóg leuker te maken, ga ik er ook iets over schrijven. Wat ik trouwens best lastig vind, want ik schrijf nooit boekrecensies. Ik denk meestal gewoon: dat was leuk. Of: dat was stom. (Net als met muziek.) Maar dit lijkt me een goede oefening om eens wat langer over de boeken na te denken. Hier mijn eerste twee boeken:

Not That Kind of Girl, Levenslessen om (vooral niet) op te volgen – Lena Dunham

Not That Kind of GirlVoor wie haar nog niet kent: Lena Dunham is de schrijver en hoofdrolspeler in de serie Girls. Een serie waar ik, net als vele anderen, direct fan van was. In deze serie staat een vriendinnengroepje uit New York centraal en volg je de twintigers in hun dagelijks leven. In haar boek schrijft ze over haar eigen leven en allerlei (vreemde) ervaringen.

Omdat Lena de serie losjes gebaseerd heeft op haar eigen ervaringen, en zelf de hoofdrol speelt in de serie, had ik bij het lezen van het boek steeds het idee dat ik haar al kende. Dat ik over de Hannah uit Girls las. Maar dat was natuurlijk niet, dit boek ging over het echte leven van Lena. En omdat ik de serie fantastisch vind, verwachtte ik dat ook van het boek. Dat viel helaas een beetje tegen.

Oeps en hier gaat mijn eerste boekrecensie gelijk al de mist in: ik heb het boek al meer dan een maand uit en ik heb het hier zelf niet liggen, dus ik kan niet meer terugbladeren. En nu weet ik dus niet meer zo goed wát ik er dan aan tegen vond vallen. Toen had ik helaas nog niet bedacht dat ik erover zou gaan schrijven.

Toch een poging: ik kan me absoluut niet met haar identificeren. Niet dat ik dat altijd kan met de personages uit andere boeken die ik wel goed vind, maar vaak helpt het wel. Of dat je een persoon zo leuk of bijzonder vindt dat je stiekem zelf zo zou willen zijn. Of dat je er op zijn minst een beetje begrip voor kunt hebben. Lena vind ik in interviews vaak leuk, ze doet soms rake uitspraken en ze maakt een leuke serie, maar als ik haar boek lees, lijkt ze me eigenlijk een heel vervelend persoon. En ik zou absoluut niet zo willen zijn. Ze is extreem extravert (ben ik niet), extreem neurotisch (wil ik niet zijn), behoorlijk egoïstisch (wil ik ook niet zijn) en zojuist las ik in de recensie van MirandaLeest dat zij haar een aansteller vindt (ben ik hopelijk ook niet) – mee eens!

Het boek leest wel makkelijk weg, want schrijven kan ze wel. En ze maakt grappige lijstjes en er staan leuke tekeningetjes in. Maar ja, het gaat me toch ook om de inhoud en die vond ik gewoon voor het grootste deel niet zo boeiend. Ik houd het maar bij de serie (hoewel die er natuurlijk wel erg op lijkt en ze daar net zo’n vervelend en egoïstisch persoon speelt als ze zelf is, maar op de een of andere manier trek ik het daar toch veel beter dan in het boek en kan ik er wel om lachen).

Dit is dus wat ik me er ongeveer van kan herinneren. Ik vond haar soms ook wel grappig.

Lof der Zotheid – Desiderius Erasmus

Lof der ZotheidVan een heel ander kaliber is het tweede boek dat ik dit jaar heb gelezen. De Lof der Zotheid kent waarschijnlijk iedereen wel van naam. Ik kwam het boek tegen op de zolder van mijn ouders, tussen een paar studieboeken van mijn broertje (die geschiedenis gestudeerd heeft). Het leek me wel wat om eens te lezen. En zo geschiedde.

In de Lof der Zotheid schrijft Erasmus een lofrede áán de Dwaasheid (de vertaler heeft ervoor gekozen het woord Dwaasheid te gebruiken in plaats van Zotheid, omdat dat wat meer in onze huidige taal past) dóór de Dwaasheid. Het is een paradoxale lofrede, waarin geprezen wordt wat niet prijzenswaardig is. Het boek is soms best verwarrend, omdat dan niet meer duidelijk is of hij (Erasmus) iets nu ironisch bedoelt of juist niet. En als de Dwaasheid (een zij) in een paradoxale lofrede iets als dwaas bestempelt, vindt de schrijver het dan juist wel dwaas of niet. En is dat dan goed of niet? Hierdoor word je als lezer voortdurend op het verkeerde been gezet. Wat je natuurlijk weer aan het denken zet over wat je er dan zelf wel niet van vindt.

Het boek staat boordevol citaten en verwijzingen die de gemiddelde lezer van deze tijd niet zo veel zullen zeggen. Je wordt om de oren gegooid met Griekse goden (met een index achterin het boek, maar als je daar drie keer per pagina in moet zoeken, geef je dat ook al snel op en lees je er maar overheen) en veel gewoontes en fenomenen uit het dagelijks leven (het boek is geschreven in 1509) zijn voor ons niet meer herkenbaar.

Desondanks zijn sommige citaten tijdloos. Ik begon een dag na de aanslag op Charlie Hebdo in het boek en las de volgende zin: “intelligente mensen hebben altijd de vrijheid gehad om straffeloos een satire op het dagelijks leven te schrijven, zolang die vrijmoedig bleef en niet echt fanatiek werd. Des te vreemder vind ik het dat men tegenwoordig zulke overgevoelige oren heeft dat die eigenlijk alleen nog maar plechtstatige eerbewijzen kunnen aanhoren.” Best actueel, niet?

Conclusie: het is leuk om zo’n klassieker af te kunnen strepen en het boek zet je regelmatig aan het denken. Maar door de vele verwijzingen die me niets zeggen, vond ik het ook wel lastig lezen en denk ik dat ik een hoop gemist heb. Niet zomaar wat lectuur voor het slapen gaan dus, als je het boek echt wilt begrijpen.